Schromelijk onderschat

Column door Erik Jansen
zaterdag 15 februari 2020


Plannen voor nieuwe toeristische voorzieningen willen nog wel eens tegenstrijdige reacties oproepen. De een verwacht dat daarmee het schip met goud komt binnenvaren. Anderen hebben liever dat toeristen wegblijven, bang als ze zijn dat ze de plek verstoren waar ze zelf zo graag zijn.
Een van de meest wonderlijke beweringen, die ik onlangs heb gelezen, is dat we het in het Land van Cuijk prima kunnen ‘zonder al die toeristen’. Alsof we lokale aannemers en boeren adviseren ook maar per direct te stoppen met wat zij voor onze samenleving doen. Want voor wie het niet weet: de bijdrage die toerisme levert aan de BV Nederland is inmiddels net zo groot als die van de bouwsector en zelfs tweemaal zo groot als die van de landbouw.
Om onduidelijke redenen wordt, zeker in het Land van Cuijk, het belang van toerisme nog steeds schromelijk onderschat. Je zult maar een winkel hebben in een middelgrote plaats en voor het voortbestaan ervan afhankelijk zijn van nieuw publiek. Die extra klanten vind je zelden of nooit in je eigen dorp of stad. Zelfs niet in de directe omgeving.
Nieuwe klanten komen van verder weg. Het zijn mensen die in de buurt op vakantie zijn en graag een dag in jouw dorp of stad komen winkelen. Of boodschappen komen doen. Er zijn in Nederland veel voorbeelden bekend van supermarkten die slechts zijn blijven bestaan, omdat campinggasten er in de zomer kilo’s barbecuevlees en talloze kratten met bier en flessen water komen kopen. Zoals er ook busverbindingen in stand zijn gehouden of zelfs zijn ontstaan, omdat vooral toeristen er gebruik van maken.
Dat -als voorbeelden- winkels openblijven en het openbaar vervoer wordt verbeterd is natuurlijk niet alleen in het belang van bezoekers. Ook inwoners hebben er voordeel van. Uiteraard moet er steeds een goed evenwicht worden gevonden tussen de belangen van bedrijven, bezoekers én bewoners. Zodra die balans doorslaat naar toerisme, zoals in Amsterdam en Giethoorn, staan de bewoners terecht op hun achterste benen. Elke regio -en dus ook het Land van Cuijk- moet zich voortdurend bewust zijn én blijven wat de gevolgen van meer toerisme zijn voor natuurgebieden, de verkeersdrukte, het leefklimaat in kernen en ons cultureel erfgoed.
Het is niet eens heel gewaagd om op basis daarvan te stellen dat er in ons Land van Cuijk ruimte is voor meer investeringen in toeristische attracties en accommodaties.
Bewoners krijgen er geen last van. Integendeel. Het levert geld op. Het houdt voorzieningen in stand. En hun dorp en omgeving worden er leefbaarder van.

Erik Jansen
toeristisch manager
Regionaal Bureau voor Toerisme Land van Cuijk


Deze column is eerder verschenen in De Stier en in De Bok van 14 februari 2020.
advertentie