Kerstboomverkoper

Column door Eefke Peeters
dinsdag 23 december 2014


Natuurlijk staat mijn kerstboom al daar heb ik vorige week zelfs een foto van gemaakt. Het is een kunstboom. Mooi, groot en vol. Zo'n perfecte boom zie je niet in een bos. Vroeger wilde ik altijd een echte boom, want dat ruikt zo lekker. Maar dat vind ik tegenwoordig zielig. Ik vind het zo treurig dat ze de bomen ophalen in de straat. Taak verricht, je hebt mooi staan wezen die paar weken en nu de fik er in. Nee, deze boom is ideaal want de meiden vinden het leuk de takken op kleur te sorteren en zorgvuldig in de kunststof stam steken. Ook de twee hondjes laten het plastic gevaarte met rust. Het is voor ons dé perfecte boom.

Toch kon ik het laatst op een kerstmarkt niet laten even met de boomverkoper op het plein te praten. Er was heus nog vraag naar echte bomen gelukkig, vertelde de oude verkoper. Maar het ging nu, nog meer dan anders, om de perfecte boom. Ze moest niet te klein zijn, maar ook niet te groot. De stam niet te dik en de takken niet te dun. De verhoudingen moesten kloppen. Nergens kale plekken en een puntgaaf topje. Hij wees naar een klein boompje. 'Die bijvoorbeeld, krijgt iemand gewoon gratis, maar dan moeten ze hem wel aanwijzen. Dat is mijn beleid.'
Ik zag mensen komen en gaan, maar het kleine boompje kreeg nog geen blik toegeworpen laat staan dat iemand het zou aanwijzen. Ik vond het ineens zo zielig. Het arme boompje. Bomen leven en groeien en ook al weet ik heus wel dat ze niet kunnen nadenken ik vroeg me af of ze kunnen voelen. Zou zo'n boom het merken dat niemand hem wil? Ik besef dat mijn schrijversbrein waarschijnlijk weer met me op de loop gaat en kijk uit naar mijn gezin. Mijn jongste komt aangerend. 'Wat is er mam?' Ik schud mijn hoofd. 'Wat vind jij van onze boom?' Mijn dochter straalt. 'Het is de mooiste boom die ik ooit heb gezien. Hij is absoluut, helemaal perfect!'
Misschien is dat het wel, ik heb nooit gehouden van perfect. Perfect bestaat niet en als het lijkt op volmaaktheid dan is het nep. Een gekunstelde versie van het origineel. 'Wat vind jij dan van die kleine boom?' Mijn dochter kijkt en fronst haar wenkbrauwen. 'Ik weet niet.'
Ik sla een arm om haar heen.

'Kijk eens goed.' Ze kijkt en haar frons verandert in een zachte blik. 'Hij is klein en zijn puntje is een beetje geknakt, en hier en daar is hij een beetje gek. De ene kant lijken de takken wel langer dan de andere kant.' Ze bijt op haar lip. 'Maar hij is wel mooi groen. Het is een … lieve boom.' Ik knik en pak haar hand en we lopen samen naar de verkoper. 'Mag ik die lieve boom?' vraagt ze en wijst. De oude man lacht en zegt; 'Neem maar mee, die is toch niks waard!' Hij geeft me een knipoog. Ik dacht dat mijn dochter blij zou zijn, maar ik heb het toch mooi mis. Ze is boos. 'Niks waard?' De man legt uit dat de mensen andere soorten bomen willen en dat deze zo mee mag. Mijn dochter haalt haar portemonneetje tevoorschijn en houdt hem op kop. '€2,80 is dat goed? Het is alles wat ik heb.' De man tilt de kleine boom op en loopt mee naar de auto. Eenmaal thuis zetten we hem met kluit en al in de tuin. We hangen hem vol met lampjes, notenslingers en vetbollen. Hij fleurt de tuin op met zijn groene kleur en de vogels maken dankbaar gebruik van de lange takken om gretig te snoepen van de vetbollen. 'Mama? Nu kan hij groeien, toch?' Ik knik. 'En mama? Als hij niet groeit is het ook goed, toch?' Ik knik. 'Inderdaad, want hij is perfect zo. Nou ja, bijna dan.'
advertentie